Oud worden willen we allemaal, maar ...

Artikel, Fonk, 08-2012
Auteur: Dmitri Berkhout 

Oud worden willen we allemaal, maar niemand wil het zijn.
Voor altijd jong – de paradox van de tijd. Sinds de mens bestaat, is hij gefascineerd door de tijd. Onmiskenbaar is tijd een fenomeen waar we nooit grip op zullen krijgen, want het verleden is onveranderlijk, de toekomst is ongrijpbaar en het 'nu' is voorbij voor het woord is uitgesproken. Tijd is er eigenlijk niet en toch is het de allesbepalende factor in ons ondermaanse. Waar zouden we zijn zonder de tijd? Letterlijk nergens. Evident aanwezig dus, maar ook ongrijpbaar. Elke invalshoek lijkt wel te verzanden in een ogenschijnlijke tegenstelling, zo laat deze beschouwing zien.

Net zo fascinerend als het verschijnsel tijd vinden wij onze eigen vergankelijkheid, en dan niet die van ons innerlijk maar van ons uiterlijk. Het gaat maar om een dun velletje dat ons omhult (daaronder zijn we allemaal dezelfde bloederige massa) maar dat is juist wat ons uniek maakt – het énige dat ieder van ons uniek maakt, lijkt het soms. Ons uiterlijk bepaalt grotendeels onze identiteit. En het uiterlijk dat ons het meest kenmerkt, is dat van na onze kinderjaren en vóór onze veroudering. Tussen ons twintigste en dertigste levensjaar zijn we helemaal ons zelf. Als kind willen we groot worden en als oudere willen we onze jeugd terugkrijgen, of in elk geval de vele wegen die toen nog voor ons open lagen. Een concentrisch verlangen naar het midden van ons leven, lijkt het wel. We willen wel oud worden, maar dan wel op een manier waarop we jong kunnen blijven. Paradox nummer één.

Tijd als water

De Franse schrijver Michel Houellebecq beschreef volwassenen als aftakelende pubers; laten we het dus gewoon opgeven na alle overweldigende indrukken die we opdoen tijden onze puberteit. Daarna slaan de vervlakking, onverschilligheid en cynisme toe en gaat het met ons alleen nog maar bergafwaarts.

Maar precies daarin zit het terugverlangen naar onze jeugd. Het is misschien wel de belangrijkste drijfveer in het leven van de volwassene, op asceten en strenggelovigen na. En het is natuurlijk die belofte van het terugveroveren van de jeugdigheid die de cosmetische industrie bloeiende houdt.

Het verlangen naar de jeugd is in elk geval van alle tijden. Aan water wordt van oudsher al verjongende eigenschappen toegeschreven. Al Herodotus (5e eeuw v.C.) maakte gewag van een verjongende fontein en nog steeds zou water geheime krachten verbergen, zie het helende water van Lourdes. Water is altijd al het symbool van leven geweest; daaruit is immers het leven ontstaan. De levenskracht van water: water is voor het leven als de steen der wijzen voor goudzoekers. We hebben massa's water, dus ook tijd in overvloed? We willen het graag geloven; onze geïndividualiseerde samenleving vertoont immers veel solipsistische trekken. De wereld bestaat alleen in onze waarneming; we betrekken alles op ons zelf. Daarop worden we dan ook voortdurend aangesproken. Jij bent op zoek naar succes. Jij wilt gelukkig zijn. Jij wil er uit zien als een filmster. Jij wilt een jeugdig uiterlijk. Drink een drankje, smeer een cremetje, en zet zo de wereld naar je hand. Een supergeïndividualiseerde samenleving, bediend door een slim daarop inspelend bedrijfsleven op basis van een zorgvuldig gecultiveerd schoonheidsideaal. We willen voldoen aan het beeld, vanuit de illusie dat we dit zelf gekozen hebben. De illusie van de vrije wil, paradox twee.

Angst voor de dood

De vraag is natuurlijk: hoe kan het dat we ons zo laten misleiden, ons zo laten bedonderen? Dat we allemaal ouder worden, weet een kind. Dat we dood gaan, weten we ook. Dat ouder worden allerlei gebreken met zich mee brengt, evenzeer. Er is kennelijk een innerlijk stemmetje dat zegt: ik laat me niet pakken door de tijd, ik weet een paar trucjes waardoor ik niet gegrepen zal worden. Het is mijn geheime recept. Dat stemmetje is sterk. Het is een stem van overlevingsdrang. Een verlangen naar eeuwige jeugd is een verlangen naar onsterfelijkheid. Dat is de pendant van de diepgaande, existentiële angst voor de dood. Als ik er niet meer ben, is er niets meer – dat zal mij niet gebeuren.
Het verlangen naar een jeugdig uiterlijk is daarmee het surrogaat voor deze doodsangst. OK, het betreft slechts het uiterlijk, maar als ik er jong uitzie, dan ben ik het (voor de omgeving) ook wel degelijk. Want jeugd is de overwinning op de tijd, die immers nog geen sporen heeft achtergelaten. Jong zijn, met een gladde en stralende huid staat symbool voor gezondheid, geluk, status en succes. Maar dit ideaal is in werkelijkheid negatief gemotiveerd, uit de angst voor de dood. Leven om niet te hoeven sterven; het is een lifestyle waar we ons zelf opzettelijk mee misleiden – en daar nog gelukkig mee kunnen zijn ook. Het is op zichzelf een derde paradoxale constatering over het fenomeen tijd.

Cyclisch tijdsbesef

Onze notie van tijd zal altijd beperkt zijn. Tijd is immers onbegrijpelijk: het is er niet, en toch weer wel. Deze (vierde) paradox van de tijd is terug te zien in onze beleving van tijd. Deze is lineair, en komt tot uiting in bijvoorbeeld onze jaarlijkse verjaardag, die weer een jaarring aan ons leven toevoegt. Tegelijkertijd is ons besef van tijd cyclisch, op verschillende niveaus. De dagcyclus van ochtend tot avond heeft een repeterend en voorspelbaar verloop. De weekcyclus idem dito. Ook de maandcyclus maken we bewust mee; we weten dat de twintigste van de maand het inkomen wordt aangevuld. En dan de jaarcyclus: de seizoenen wisselen elkaar met de bekende regelmaat af. Die jaarcyclus was in vroeger tijden een belangrijker factor in het tijdsbesef dan tegenwoordig. Het bestaan verliep in een veel nadrukkelijker harmonie met de natuur, waarin de cyclus evident is. Men zag zijn leven daar parallel aan verlopen, waarmee de lineaire tijdsbeleving ondergeschikt was. Dat is te zien aan bijvoorbeeld de Maya-kalender; met drie concentrische cirkels drukt die het cyclische verloop van het leven uit. Maar ook de dierenriem en uiteraard de klok zelf geven uitdrukking aan de 'circle of life'. Een dergelijk cyclisch tijdsbesef is voorspelbaar en drukt balans en rust uit, terwijl het lineaire, toekomstgerichte model vol onvoorspelbaarheden zit – en daardoor ook avontuurlijker is.

Organisatie en individu

Ondertussen zien organisaties dit graag: medewerkers die in hun regelmaat en voorspelbaarheid de cyclus doorlopen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat organisaties staan voor de cyclisch denkende en handelende mens, als deel van het collectief, terwijl de medewerker, als individu, zich richt op zijn eigen, lineaire tijdpad van zelfontwikkeling. In elk geval vinden bedrijven en individuen elkaar in het adagium 'forever young'. Want individuen willen zich jong en onafhankelijk opstellen, vrij en ambitieus. Organisaties willen op hun beurt graag jonge mensen aantrekken, in eerste instantie omdat die goedkoop zijn. Hun verkoopargument: kom bij ons, wij bieden je een flexibele, dynamische baan, waar je je zelf in kwijt kunt.

In werkelijkheid zijn jonge werknemers helemaal niet flexibel, stelt bijvoorbeeld arbeidssocioloog Richard Bennett. Ze zijn passiever dan ouderen, doen wat opgedragen wordt en zijn daarin veel volgzamer. Als er iets fout gaat, wordt de kritiek lijdzaam ondergaan: de jonge werknemer komt immers nog maar net kijken en heeft veel te leren. De organisatie ziet daarmee verschillende belangen verenigd: een goedkope arbeidskracht, die doet wat hem gevraagd wordt en daar zelfs tevreden over is, en die bovendien gemotiveerd wordt door het vooruitzicht van een ongetwijfeld glanzende carrière. Dit is, afgezien van het gevolg van de huidige economische malaise dat (enige) werkervaring extra belangrijk is, nog steeds de mainstream wervingsmethodiek. Voilà de vijfde tijdparadox: het succes van het werven van jonge, volgzame werknemers door hen een dynamische baan te beloven.

Het is te vergelijken met het zogenaamd stimuleren van medewerkers om initiatieven te ondernemen. Dat klinkt mooi, maar strikt beschouwd is het een onmogelijke opgave om van medewerkers te verlangen initiatief te tonen. Initiatief is nu juist een handeling die je níet kunt opleggen maar uit het individu zelf dient te ontstaan. Bedrijven hebben eerlijk gezegd een broertje dood aan eigenwijze mensen die de gang van zaken aan de kaak gaan stellen. Zelfs als het verbeteren van processen of producten expliciet met bonussen wordt aangemoedigd, gaat het niet om het stimuleren van initiatief, maar om het aanzetten tot door de organisatie gewenst (want profijtelijk) gedrag. Het is de (zesde tijdgerelateerde) paradox van het arbeidsethos.

Een vlucht uit de tijd

Het blijft een vreemd, ongrijpbaar fenomeen: ons verlangen om altijd jong te zijn. Met onze ratio kennen we het lineaire verhaal van het ouder worden heel goed. Met onze emotie zien we ons het liefst in een eindeloze cyclus doorleven zoals we nu doen, met een jeugdig uiterlijk, forever young. Als we hierdoor in een identiteitsconflict raken (want je wordt toch ouder!), rest ons altijd nog de vlucht in het nu: de consumptieve mens die zich laaft aan instant genot. Een vlucht uit de tijd, door ons in het nu onder te dompelen – nummertje zeven. Wat houden we toch van paradoxen!

Contact: 
Wilt u meer weten over 'Oud worden willen we allemaal, maar ...', neem dan contact met ons op 

Dmitri Berkhout

Senior communication advisor
+31 20 750 95 12