Kleinschaligheid bestaat niet

Kleinschaligheid bestaat niet

Over schaalbaarheid

Publicatie: Eye, november 2009
Auteur: Dmitri Berkhout

Kleinschaligheid is een relevant thema. Het is een fenomeen van de huidige tijd, waarin we als reactie op de anonimiteit van de massa het contact van mens tot mens weer op waarde weten te schatten. Kleinschaligheid duidt op de menselijke maat, waar plaats is voor persoonlijke zorg en aandacht. Een kleinschalige wereld is kortom een wereld waar het goed toeven is... Toch?

Dmitri Berkhout, neerlandicus en communicatieadviseur bij Total Identity, komt via een semantische verkenning, een analyse van de huidige communicatie- realiteit en de moderne visie op een duurzame wereld tot de conclusie dat 'kleinschalig' eigenlijk geen relevantie heeft.

Onze associaties met klein

Het woord kleinschalig stelt zich tegenover zijn tegendeel: grootschalig, op grote schaal. Dat komt door de betekenis van het woord 'klein', dat per definitie in relatie staat tot zijn tegenpool. Klein en groot staan in relatie tot elkaar als zwart en wit, goed en fout. Twee uitersten van een spectrum, wat erom vraagt om ook de interpretatie van deze begrippen tegenover elkaar te zetten en verbindingen te leggen. Want als 'klein' bijvoorbeeld 'goed' is, dan is 'groot' in onze perceptie automatisch 'slecht'. Het oordeel over de ene zijde keert om in zijn tegendeel aan de andere zijde.

Met andere woorden, waarom vinden we kleinschaligheid zo'n sympathiek begrip? Hoe zit dat toch met die associaties? Welnu, wij polariseren bij het leven. Dat is typisch onze westerse cultuur, waarin polarisatie ons als maatstaf om de wereld te beschouwen van jongs af aan wordt voorgehouden. Man - vrouw, rijk - arm, jong - oud, goed - slecht, mooi - lelijk, slim - dom, top - flop: overzichtelijke sets van uitersten. Maar ze verhullen de werkelijkheid. Onze wereld is niet schematisch en de betekeniskoppels lijken absoluut, maar zijn volstrekt relatief. De miljonair is in de ogen van de miljardair een armoedzaaier en het fotomodel haalt haar neus op voor het knapste meisje van de klas. En het gebied tússen die uitersten wordt niet beschreven.

Laten we daarom 'klein' eens niet tegenover 'groot' stellen, maar tegenover 'niet klein'. Dat sluit goed aan bij het thema 'kleinschalig', waarin dat 'schalige' juist duidt op de vele stappen tussen klein en groot. Dan is kleinschalig, heel eenvoudig, op een kleinere schaal dan de norm, en is de positieve associatie een illusie. 

Onze netwerkmaatschappij

Onze wereld ontwikkelt zich momenteel razendsnel naar een netwerkmaatschappij, die de massa (het grote) met het individu (het kleine) verbindt. Thinking globally, acting locally: we doen het nu elke dag, allemaal, dankzij internet en digitale sociale netwerken. De communicatiemogelijkheden, en de snelheid en kracht ervan in de virtuele realiteit zijn ongekend. Kennis van de andere kant van de wereld weten we in een mum van tijd locaal te gebruiken, van commentaar te voorzien en te verrijken, en weer te verspreiden onder een massaal publiek. Soms verloopt de kennisdeling 'live': zie de vliegramp die via Twitter live over de hele wereld gevolgd kan worden. Vroeger kon je ook de maanlanding live meemaken, maar nu zijn we zelf onderdeel van de gebeurtenis, construeren die mede zelf en vormen moeiteloos communities om hiermee verder aan de slag te gaan.

We denken kortom global, de wereld is onze achtertuin. En de massaliteit van informatie en communicatie via internet is voor ons niet iets bedreigends, iets 'groots'. Integendeel, we maken er volop gebruik van en we gaan er relaxed mee om. We ervaren het bovendien heel sterk als een-op-een en als persoonlijk. Dus op welke schaal communiceren we nu? Eigenlijk is dat niet een relevante vraag. Het grootschalige zou staan voor een groot publiek en het kleinschalige voor het persoonlijke contact, maar juist in onze netwerkeconomie zijn dat volstrekt in elkaar overlopende grootheden.

Wat onze generaties anders maakt dan de voorgaande is dat we zeer snel kunnen schakelen in onze communicatie. De leercurve van het grootschalige verwerken we als gebruikers in onze eigen systemen om er bijvoorbeeld onze oude schoolvrienden mee op te zoeken, initiatieven te starten en zaken te doen. We zijn ontzettend goed in staat om eigen informatie supersnel op te schalen tot informatie met grote impact. Soms zelfs zonder dat we het door hebben. De avond voor de ondergang van DSB Bank zag iemand cameraploegen bij de Nederlandsche Bank staan en twitterde twee woorden: DSB failliet? Dit is opgepakt en een geruchtenstroom kwam op gang die tot in de hoogste regionen doordrong. Niet bedoeld zoals gezegd, maar wel met een reëel effect op de echte realiteit, met een instortende bank tot gevolg.

We zijn dus kampioenen in op- en neerschalen geworden. We voelen ons comfortabel in een multimassale omgeving en vinden daarbinnen onze eigen weg. We vragen ons niet af of dit nu klein- of grootschalig is. Die woorden hebben in feite geen betekenis meer. Want als de hele wereld onze achtertuin is, is er dan nog iets dat we nog kleiner kunnen 'schalen'?

Onze duurzame wereld

Een ander maatschappelijk relevant fenomeen dat snel met kleinschaligheid wordt verbonden, is duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen. De emotie van de jaren zeventig van een idealistische groep die tegen de vervuiling streed, met de Club van Rome als pionierende officiële voortrekker, is inmiddels zoals bekend vervangen door een rationele business, waarin wordt gecalculeerd in termen van cradle-to-cradle, CO2-compensatie en handel in emissierechten. De norm is nu de volledige productlevens- cyclus: hoeveel belast die het milieu en hoe kan dit worden gecompenseerd? De vervuiling is een rekenfactor geworden en er wordt overigens een volledige nieuwe en zeer sterke economische impuls mee gegenereerd, samen te vatten als duurzaam ondernemen.

In dit speelveld moet ook het nut van kleinschaligheid opnieuw worden bekeken. Want dan is het niet meer vanzelfsprekend of automatisch sympathiek om te kiezen voor een scharrelkip en onbespoten groenten. Hoewel met persoonlijke zorg begeleid en met respect voor het welzijn van de kip, moeten we ook accepteren dat een legbatterijkip 300 eieren per jaar legt en een gewone kip maar 30. En het telen van gemodificeerde gewassen is vele malen efficiënter en 'schoner' dan biologische teelt. De voordelen van de kleine schaal van productie zijn naar moderne maatstaven voor een duurzame wereld zeer twijfelachtig.

Op deze manier blijft er van het begrip kleinschalig niet veel meer over. Kleinschaligheid is een misleidende term want het roept eenzijdige associaties op, wat de schuld is van ons polariserende denken. Kleinschalig is evenmin van toepassing als wenselijke communicatiemodus in een wereld van massacultuur en -communicatie, want het is niet relevant; we zijn heel goed in staat om onze communicatie op en neer te schalen, naargelang onze wensen. En kleinschaligheid is niet meer de geëigende optimale benadering voor een duurzamer wereld, al is er met de kleinschalige aanpak in het verleden wel degelijk pionierswerk verricht.

 



Het kleinste deeltjes van de wereld: Anti-waterstofatomen opgenomen in de experimenten bij CERN. Afbeelding: CERN



Zonnestelsel gefotografeerd met Hubble Telescoop

Contact: 
Wilt u meer weten over 'kleinschaligheid', neem dan contact met ons op: 

Dmitri Berkhout

Senior communication advisor
+31 20 750 95 12