It's not the design. It's the mentality.

Maar het punt is, dat die oplossingen er al lang zijn. Tal van ontwerpers, maar ook wetenschappers, bestuurders en kunstenaars houden zich stelselmatig bezig met het oplossen van problemen op allerlei niveaus: problemen van vervoer, van huisvesting, van ruimtegebrek, van milieubelasting, van voeding... Het probleem is niet, de oplossing te vinden. Het probleem is, de oplossing geaccepteerd te krijgen.

Het overgrote deel van wat wordt ontworpen, wordt nooit gerealiseerd. De archieven wemelen van de voorstellen voor mobiliteitsverbetering, voor modulaire, goedkoop te bouwen huisvesting, voor minder belastende productiemethoden... Er zijn websites die zich gespecialiseerd hebben in het tonen van designs die niet gerealiseerd zijn, eenvoudigweg omdat ze anders verloren zouden gaan.

Eerder dan dat te zien als een degradatie van design, dat immers een zekere vrijblijvendheid oploopt, en al helemaal niet als een onwil van de wereld of het bewust afremmen van verbetering om ‘achterliggende redenen’ (wij zijn bepaald niet van de complottheorieën), zien we het als hulpeloosheid. We zijn er eenvoudigweg niet op ingericht.

Iedere onderneming, ieder productieproces, ieder instituut, iedere maatschappelijke structuur is een machine, een apparaat met Een Doel. Het doel waarop de hele organisatie is ingericht, omdat het anders niet gehaald wordt. Efficiëntie bijt zichzelf in de staart: het wordt daar ingericht waar noodzakelijk, en is vervolgens noodzakelijk voor de juiste werking van de inrichting. Anders gezegd: we kunnen niet anders dan doen wat eenmaal is bedacht.

De wereld heeft last van massatraagheid. Het is niet zomaar mogelijk, iets te veranderen dat zorgvuldig en in al zijn aspecten is overwogen en ingericht. Langzaamaan dringt dat besef bij ons ook door. In de steeds meer op netwerken gebaseerde constructie van de economie is meer flexibiliteit nodig dan voor de lopende-banddoelstellingen die tot op heden de norm vormden. Samenwerken levert alleen iets op als we bereid zijn, enige onvoorspelbaarheid te accepteren. Het is het verschil tussen doelstelling en koers.

In een mogelijke definitie van social design, die van de regie op het onvoorspelbare, ligt iets verborgen van een passende denkwijze voor de nieuwe situatie. In de Occupy-gedachte, die eenvoudigweg niet accepteert dat systemen boven ons staan en niet veranderd zouden kunnen worden, ligt energie opgeslagen om in beweging te komen. In de toenemende horizontalisering van verhoudingen die ontstaat door steeds grotere, mondiale verbondenheid, vinden we een business model voor de benodigde interactie. Zo kan de creativiteit die nu goeddeels verloren gaat, een grotere kans krijgen. Tot zover is alles hoopvol.

Maar één stap nog is fundamenteel. We Moeten Dit Willen. Niet ze, niet iemand, maar We. Niet wellicht over een tijdje, niet vrijblijvend, maar Moeten. Niet ongeveer, geen benadering, maar Dit. En vooral: niet halfslachtig, niet afwachtend, maar écht Willen.
Dat te organiseren is de eerste stap. En daarin zouden ontwerpers natuurlijk grote diensten kunnen bewijzen. Door scenario’s te verbeelden, perspectieven te schetsen, stippen aan de horizon te plaatsen. Door beleving mee te geven aan wat nog niet is, door te verbinden via communicatie, door...

Maar, opnieuw, het is niet het design op zich dat de oplossing biedt. Het is de mentaliteit, die zegt: dit gaan wij doen. En daar valt niets aan te ontwerpen.

Noodoplossingen van goud


Sodalamp: tweemaal armoede is eenmaal rijkdom
Sitio Maligaya is een sloppenwijk in de buurt van Mariveles, Filipijnen. De woningen zijn er van golfplaat, er is geen of voor de bewoners niet betaalbare electriciteit. Wat ze wel hebben, zijn lege frisdankflessen. Ze boren een gat in het dak, steken daar een frisdankfles in en hebben zo een lamp (althans overdag). (Of de Filipijnen of de Brazilianen de truc hebben uitgevonden is overigens nog een punt van discussie.)


Curitiba: geen geld voor een metro
In de Braziliaanse stad Curitiba was wel behoefte, maar geen geld voor een metro. De visionaire burgemeester, Jaime Lerner, bedacht wat een metro nu eigenlijk een metro maakt: een vrije baan en een snelle overstap. Daar zijn natuurlijk geen rails of tunnels voor nodig, constateerde hij, en ontwikkelde voor zijn stad een systeem van snelle bussen op vrijgemaakte hoofdtrajecten, langzamere bussen die de aanpalende buurten aansluiten op de snelle buslijnen, en geöliede overstapstations daartussen. De goedkoopste metro van de wereld vervoert zo’n anderhalf miljoen reizigers per dag.

Van overlast naar waarde


Park in the Sky
The New York Highline was een goederenspoorlijn die niet meer in gebruik was. Ooit een levensader van de stad, nu een sta-in-de-weg, een roestend overblijfsel van verouderde opvattinngen. Vonden de meeste New Yorkers. Maar twee van hen, Joshua David en Robert Hammond vonden iets anders en zagen de mogelijkheid om van het oudroest een verblijfsgebied te maken. En nu heeft New York er dus een park bij dat midden door woon- en bedrijventerreinen loopt, dat geen ruimte kost maar teruggeeft, dat de bewoners verbindt met elkaar en met de stad.


Jardines Túria, Valencia
De rivieren in Spanje staan nogal eens droog – of erger, bijna droog. In het late voorjaar en in de winter veranderen ze in gebieden met een geweldige aantrekkelijk¬heid voor muggen en ander ongedierte. Zo’n plek wil je niet in je stad met twee miljoen inwoners hebben, vonden ze in Valencia. En dus werd verder van de stad verwijderd een kanaal gegraven en kwam de rivier Túria permanent droog te staan. En werd vervolgens ontdekt als een schat aan bruikbare ruimte pal naast het centrum. Bofill maakte er een park in, de gemeente voorzag het van kinderspeelplaatsen, een opera en van een, nu wereldberoemd, kunst- en technologiecomplex, de Ciutat de Arts i Ciències, waarvoor de gebouwen werden ontworpen door de Valenciaanse architect Santiago Calatrava.

Van geldgebrek naar eigenaarschap


Koop Vondelpark
Het onderhoud van het Vondelpark, dat met name bodemtechnisch zich niet op de handigste plek bevindt, kost veel geld. Het park werd destijds aangelegd op initiatief en met financiële steun van welgestelde Amsterdammers als een broodnodige groene long voor de steeds dichter bevolkte stad. De tijd van dat soort mogelijkheden is voorbij, maar met de gedachte ‘vele minder welgestelde Amsterdammers zijn samen ook welgesteld’ werd voor de renovatie van het Vondelpark geld bijeengezameld door het uitgeven van eigendomscertificaten voor bij voorbeeld een vierkante meter gras, of voor het bankje bij de ingang, of voor een stukje van de toegangspoort. Nu mogen zich dus vele Amsterdammers eigenaar noemen van het Vondelpark en heeft het park zijn vroegere kwaliteit weer terug.


Luchtsingel Rotterdam
De verbindingen rondom Hofplein, Weena en Coolsingel in Rotterdam zijn voor voetgangers van beroerde kwaliteit. Veel ruimte voor verbetering biedt de bestaande profilering niet. Het idee ontstond om de ruimte dan maar elders te zoeken en een brug door de lucht te maken en alles zo beter bereikbaar te krijgen. Bovendien levert zoiets natuurlijk een aantrekkelijk nieuw ‘ding’ voor de stad op. Voor dergelijke grote projecten is momenteel echter geen geld. Met crowd funding wordt nu het geld voor het materiaal verzameld, maar dan is men er nog niet. Onder het bekende Rotterdamse motto niet lullen maar poetsen wordt daarom aan de Rotterdammers die een hamer en een zaag kunnen vasthouden gevraagd om letterlijk de handen uit de mouwen te steken en, gelukkig wel onder leiding van een vakkundige timmerman, zelf de zogenaamde Luchtsingel te gaan bouwen. Naast crowd funding dus crowd building. In april moet de Luchtsingel er staan.

Geven in plaats van nemen


Bruce Mau over schoonheid
‘The notion that we need to compete with beauty is that the world that has evolved is a mobile world, people, capital, ideas, technology have mobility. If places and cultures want those things to be in their place, if you want people with knowledge resources, with money, with wealth of understanding of the world, to be in this place you have to compete to get them here, and keep them here. The way that you are going to do that is with beauty. And that means beauty of all sorts, that means culture essentially, it means culture of a place that is beautiful. (...) You have the radical capacity to shape the world, but you mostly only use them for mining instead of using those tools to create the most extraordinary place in the world very inexpensively. So you have the tools but you are embarrassed to use them. And I think the opportunity is just absolutely huge.’

Charles Eisenstein (Sacred Economics) over de Occupy Movement
‘Today, we live in a money economy, where we don’t really depend on the gifts of anybody, but we buy everything. Therefore, we don’t really need anybody. Because whoever grew my food or made my clothes or built my house, well, if they died or I’d alienate them or didn’t like them, that’s okay, I can just pay somebody else to do it. And it’s really hard to create community if the underlying notion is “that we don’t need eachother”. (...) Joint consumption doesn’t create intimacy. Only joint creativity and gifts create intimacy and connection.’

 

Artikel, Fonk, 02-2012 
Auteurs: Edwin van Praet en Stijn van Diemen 

Dat lijkt natuurlijk nogal voor de hand te liggen, om de problemen waar de wereld op dit moment mee worstelt op te laten lossen door de creatieven van geest. Ontwerpers zijn immers die vreemde diersoort die bij het zien van wat dan ook zich twee dingen afvragen: waarom ziet het er zo uit? En: is dat goed of moet het anders? Aan die mensen kunnen we dan toch ook de wereldproblematiek voorleggen? Ze zijn er immers eigenwijs genoeg voor?

Contact: 
Wilt u meer weten over 'It's not the design. It's the mentality.', neem dan contact met ons op 

Stijn van Diemen

Creative strategist
+31 (0)6 420 88 782

Edwin van Praet

Creative director
+31 70 311 05 36